De eerste indruk als entertainer, maak er gebruik van!

Je krijgt nooit een tweede kans om een eerste indruk te maken. Een mooi gezegde en zeker waar! Maar hoe maak je nou een goede eerste indruk als entertainer in een animatieteam? Hieronder een aantal handvatten om jezelf goed te presenteren wanneer je aan het werk bent op een vakantiepark.

Eerste kennismaking

Wanneer je op een vakantiepark aankomt, krijg je direct te maken met een eerste kennismaking, die met de opdrachtgever. Vaak is dit de eigenaar van het vakantiepark of de camping. Het kan ook een receptiemedewerker zijn, of een algemeen manager. Stel jezelf netjes voor en zeg wat je komt doen, waarschijnlijk verwachten ze je al en zullen je uitleggen hoe alles werkt. Praat duidelijk en vraag naar dingen die je niet weet. Je zult zien dat je opdrachtgever je met alle plezier verder helpt.

Goedemiddag!

Op het vakantiepark of de camping ben jij het visitekaartje van het park. Je bent een medewerker die populair is bij de kinderen en vaak hebben ouders ook bewondering voor je werk. Maak hier gebruik van en stimuleer deze gedachte! Groet iedereen op de camping, ook al doet niet iedereen mee met je activiteiten. Als jij vriendelijk en vrolijk blijft, komen ze misschien de volgende keer wel. Verwijder extreme piercings en verzorg jezelf goed tijdens je werk op het park. Het draagt bij aan het succes van je werkperiode. Hoe meer deelnemers, hoe leuker het ook voor jezelf is!

Je staat in de kijker!

Tijdens activiteiten draag je een shirt of trui van het animatieteam. Dat is een handige herkenning voor de kinderen en daarnaast maak je ook nog eens reclame voor je eigen werk. Denk er bij je kledingkeuze over na of iets representatief is. Je hoeft natuurlijk geen nette pantalon aan, maar een slonzige joggingbroek of korte rokjes zijn ook geen goed idee. Kies bijvoorbeeld voor een nette spijkerbroek of een rok met legging eronder. In je vrije tijd op de camping kun je natuurlijk zelf bepalen wat je draagt, maar hou er altijd rekening mee dat er gasten naar je zullen kijken.

Taalgebruik, pas op je woorden!

Het is belangrijk om goed op je woorden te letten tijdens de activiteiten. Het is een deel van je eerste indruk. Het is netjes om volwassenen aan te spreken met ‘U’. Vaak geven ze zelf aan dat je wel ‘je’ mag zeggen. Scheldwoorden gebruiken we tijdens de activiteiten niet. Noem de kinderen, waar ze zelf bij zijn, nooit ‘kindje’ of ‘jongetje’ of ‘meisje’ of iets dergelijks. Kinderen hebben een naam. Dus zeg bijvoorbeeld: ‘wil deze grote meid eens naar voren komen?’ en vraag dan naar hun naam. Op die manier voelen kinderen veel meer een band, want je ken hun naam, dat is een stuk persoonlijker.